Subscribe to our newletter

Your name:


Email:


HTML emails?


Are you subscribed already and wishes to unsubscribe or edit your profile, click here.

Wat is het BESCLO?

Het BESCLO is een reeks 'leerresultaten' die werden ontwikkeld naar aanleiding van een Pan-Europees Overleg en uitvoerige discussies en besprekingen tussen de oorspronkelijke  projectpartners.

 

Wij baseerden ons op de ervaring van landen die reeds introductieprogramma's hadden ontwikkeld voor personeel in de socialezorgsector en volgden de leerresultaten op in vijf landen. Wij stelden vast dat  BESCLO 'werkte' en dat zowel het personeel als de werkgevers vonden dat de leerresultaten relevant waren voor wat je als werknemer moet weten om veilig te werken in de sector.   

 

 

Besclo-gebied  

Leerresultaten

1. De waarden van de sociale zorg

1.1. Begrijpen dat het belangrijk is de volgende waarden te allen tijde te bevorderen: individualiteit, rechten, keuze, privacy, onafhankelijkheid, waardigheid, respect, partnerschap, zelfbeschikking, participatie en inclusie..
1.2. Begrijpen dat het belangrijk is gelijke kansen te bevorderen voor de personen aan wie je hulp verleent.
1.3. Begrijpen dat je diversiteit en verschillende culturen en waarden moet respecteren en ondersteunen.
1.4. Het belang van vertrouwelijkheid inzien.
1.5. De grenzen van vertrouwelijkheid kennen.

 

 

2. De levenskwaliteit bevorderen van de personen die je verzorg

2.1. Begrijpen dat het belangrijk is de geschiedenis, voorkeuren, wensen, behoeften en mogelijkheden te kennen van de personen aan wie je hulp verleent.
2.2. Begrijpen dat alles wat je doet in het teken moet staan van de personen aan wie je hulp verleent.
2.3. Begrijpen dat de personen aan wie je hulp verleent hun eigen leven in handen moeten kunnen houden en geïnformeerde keuzes moeten kunnen maken over de hulpverlening die zij krijgen.
2.4. Zorg dat je je bewust bent van de impact van hulpmiddelen op de kwaliteit van leven en participatie van de individuen die je ondersteunt.

3. Werken met risico's

3.1. Erkennen dat de personen aan wie je hulp verleent het recht hebben om risico's te nemen.
3.2. De voornaamste principes bij het inschatten van risico's kennen.
3.3. Zich bewust zijn van het dilemma tussen hulpverleners in staat stellen om risico's te nemen en de ”˜zorgplicht”™.
3.4. Zijn eigen verantwoordelijkheden kennen met betrekking tot risicobeheer.
3.5. Weten hoe je relevante betrokkenen op de hoogte moet brengen over vastgestelde risico's.

4. Je rol als hulpverlener kennen

4.1. De waarde en het belang onderkennen van samenwerken met onbetaalde zorgverstrekkers / ondersteuners / andere belangrijke personen. 
4.2. Het belang inzien van goed teamwerk.                                                                               4.3. Het belang onderkennen van een beleid en procedures, wettelijke kaders en de doelstellingen van de organisatie waarvoor je werkt.
4.4. De verantwoordelijkheden en grenzen kennen van je relatie met de personen aan wie je hulp verleent.
4.5. Begrijpen dat je betrouwbaar moet zijn en dat mensen op je moeten kunnen rekenen.

5. Veiligheid op het werk

5.1. Weten hoe je stoffen en producten die schadelijk zijn voor de gezondheid veilig kan bewaren en weggooien.
5.2. Risico's kunnen inschatten met betrekking tot het verplaatsen en positioneren van mensen en/of voorwerpen.
5.3. Technieken beheersen voor het veilig verplaatsen en positioneren van mensen en/of voorwerpen.
5.4. Weten wat je in dit stadium van je opleiding wel en niet mag doen in verband met verplaatsen en hanteren. Bijvoorbeeld: je mag geen beweeg- en hanteerapparatuur gebruiken zolang je er niet voor opgeleid bent.
5.5. Weten hoe je brandveiligheid kan bevorderen op het werk.
5.6. Weten hoe je moet reageren bij ziekte of een ongeval.
5.7. Basiskennis hebben van eerstehulptechnieken.
5.8. Weten wat je in dit stadium van je opleiding niet mag doen op het vlak van EHBO. Bijvoorbeeld: je mag geen eerste hulp aanbieden waarvoor je niet opgeleid bent.
5.9. De voornaamste besmettingswegen kennen.
5.10. Weten hoe je de verspreiding van infecties kan voorkomen.
5.11. Weten hoe je je handen goed moet wassen.
5.12. Weten hoe je een werkplek veilig houdt.
5.13. Mogelijke risico's voor je eigen veiligheid en welzijn op het werk herkennen, evenals de voorzorgsmaatregelen om ze te beperken.
5.14. De meest gebruikelijke apparatuur kennen voor de veiligheid van de personen die je ondersteunt en voorbeelden kunnen geven rond hun toepassing en de voordelen ervan.

6. Positief communiceren

6.1. Weten wat mensen aanmoedigt om te communiceren.
6.2. De voornaamste hinderpalen om te communiceren herkennen.
6.3. Begrijpen op welke manier gedrag een vorm van communicatie is.
6.4. De basisvormen van verbale/niet-verbale communicatie begrijpen en weten hoe je ze op het werk kan aanwenden.
6.5. Begrijpen hoe je met aanrakingen de communicatie kan bevorderen.
6.6. Begrijpen wanneer aanrakingen niet aangewezen zijn.
6.7. Weten hoe je informatie kan registreren die: begrijpelijk is, relevant voor het beoogde doel, duidelijk en beknopt, feitelijk en controleerbaar. Richtlijn: geschreven informatie moet leesbaar zijn. Informatie die op een geluidsdrager is opgenomen moet hoorbaar zijn.
6.8. Het belang inzien van het bijhouden van informatie en jouw rol daarin begrijpen.

7. Mishandeling en verwaarlozing herkennen en erop reageren

7.1. De betekenis van de volgende termen begrijpen: lichamelijke mishandeling, seksueel misbruik, emotionele mishandeling, financiële mishandeling, institutionele mishandeling, zelfverwaarlozing, verwaarlozing door anderen.
7.2. De tekenen en  symptomen herkennen die met het volgende gepaard gaan: lichamelijke mishandeling, seksueel misbruik, emotionele mishandeling, financiële mishandeling, institutionele mishandeling, zelfverwaarlozing en verwaarlozing door anderen.
7.3. Begrijpen dat je vermoedens omtrent mishandeling of verwaarlozing van de personen aan wie je hulp verleent moet melden.
7.4. Weten wanneer en aan wie je vermoedens van mishandeling/verwaarlozing moet melden.
7.5. Begrijpen hoe je moet reageren wanneer een persoon aan wie je hulp verleent melding maakt van mishandeling.
7.6. Begrijpen dat het welzijn en de veiligheid van de persoon aan wie je hulp verleent je voornaamste verantwoordelijkheid is.
7.7. Weten hoe en wanneer je een gebrek aan middelen of werkingsproblemen moeten melden voor zover een veilige hulpverstrekking daardoor in het gedrang zou komen. Bijvoorbeeld: onvoldoende personeel.
7.8. Weten hoe en wanneer je mogelijk onveilige handelingen van collega's moet melden. Voorbeeld: niet volgen van afgesproken procedures of verzorgingschema.
7.9. Weten wat je moet doen wanneer je het beleid en de procedures van je organisatie voor het melden van vermoedens van mishandeling, verwaarlozing, werkingsmoeilijkheden en onveilige praktijken hebt gevolgd en er niets wordt aan gedaan.

8. Verdere ontwikkeling als hulpverlener

8.1. Begrijpen dat je verdere vaardigheden en kennis moet verwerven om je werk goed te doen en te verbeteren.
8.2. Weten hoe je efficiënt gebruik kan maken van interne en/of externe supervisie.

8.3. De symptomen van stress herkennen.
8.4. Weten hoe je negatieve stress op het werk kan vermijden of hoe je er kan mee omgaan.

Developed by Reea | Built using Typo3